1. Inleiding
2. Verklaringen
3. Verleiding
4. Profetieën
 
6. Wat betekent het dat Satan de volken niet kan verleiden
In Openbaring 20 wordt Satan gebonden en opgesloten in de put, de Abyss, opdat hij de volken niet meer kan misleiden.
 
Openbaring 20 3 Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, opdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren; daarna moet hij korte tijd worden losgelaten.
 
Wat betekent het dat Satan de volken niet meer kan misleiden? Betekent het dat de mens niet meer tot zonde wordt verleid? En dus ook niet meer zondigt? Betekent het dat er vrede en veiligheid is op aarde? Rechtvaardigheid en eerlijkheid? Is de mens zonder de misleiding van Satan paradijselijk, en leidt de binding van Satan in de bodemloze put dus automatisch tot het vrederijk?
Volgens mij is dit geen juiste weergave van het Christelijk geloof. De zonde komt niet uit Satan maar uit de mens zelf. Ook zonder de verleidingen van Satan zondigen wij. De afwezigheid van Satan is geen garantie voor een wereld zonder zonden. De zonde zit in deze wereld zelf, die met Adam gevallen is. En daarom moet de wereld vernieuwd worden om weer paradijselijk te zijn.
 
Satan wordt niet gebonden om de mensen niet meer individueel te misleiden. Satan wordt hier in hfdstk 20 gebonden om de volken niet meer te verleiden. Maar waartoe zou Satan de volken dan willen verleiden? Dat lezen we vanaf het 7e vers van hetzelfde hoofdstuk:
 
7 Wanneer de duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. 8 Dan gaat hij eropuit om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden. Hij brengt hen voor de strijd bijeen, een menigte zo talrijk als zandkorrels aan de zee. 9 Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad.
 
Zodra Satan wordt losgelaten misleidt hij de volken en brengt hen bij elkaar om strijd te voeren tegen de heiligen en de geliefde stad (Jeruzalem, Israël). Satan misbruikt de volken in een laatste poging om de totale aanval in te zetten op alles wat bij God hoort. Het gaat hier niet om de dagelijkse zonde, het afhouden van individuen van het geloof, maar de totale oorlog, Armageddon.
 
Satan misbruikt de volken telkens weer in zijn aanval op Israël! In het Oude Testament lezen we over de volken die een voor een proberen Israël te vernietigen en de Joden te doden. Egypte, Assyrië, Babylonië, Medo-Persië, Griekenland en Rome bezetten Israël. De profetieën van Daniël spreken over deze volken. Bv. bij het beeld van koning Nebukadnessar. Achter de koning van Babylonië identificieert Jesaja Satan zelf!
 
Jesaja 14 3 Dan, op die dag, zal de HEER jullie vrede geven en een eind maken aan jullie zwoegen, jullie ellende, jullie slavendienst. 4 En jullie zullen het volgende spotlied op de koning van Babylonië aanheffen:
 
‘Het is gedaan met die slavendrijver,
gedaan met zijn dwingelandij.
5 De HEER heeft de stok van de goddelozen gebroken,
de scepter van de heersers,
6 die de volken sloeg met woedende slagen, zonder eind,
die hen belaagde met zijn toorn, zonder maat.
(...)
 
12 O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
13 Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
14 Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.
15 Nee! Je daalt af in het dodenrijk,
in de allerdiepste put.
 
Het bovenstaande spotlied op de koning van Babylonië krijgt ineens een bijzondere wending als vanaf vers 12 t/m 15 ineens de morgenster (Satan) wordt aangesproken! Achter de volken van deze aarde staan geestelijke vorsten, die door Satan misleid worden om tegen God en zijn heilsplan te strijden. In Daniël 10 lezen we over de aanwezigheid van meerdere geestelijke vorsten, gebonden aan verschillende volken.
 
Daniel 10 5 sloeg ik mijn ogen op en zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. (...) 12 Toen zei hij: ‘Wees niet bang, Daniël, want vanaf de eerste dag dat je inzicht probeerde te verkrijgen door in deemoed te buigen voor je God, is je gebed verhoord, en daarom ben ik gekomen. 13 Maar de vorst van het Perzische koninkrijk heeft mij eenentwintig dagen tegengehouden voordat Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp schoot toen ik daar, bij de koningen van Perzië, zo alleen stond. (...) Ik moet spoedig terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden, en zodra ik hem overwonnen heb, wacht mij de vorst van Griekenland. 21 Maar eerst zal ik je zeggen wat er in het geschrift van de waarheid geschreven staat. Niemand steunt mij in mijn strijd tegen deze vorsten, behalve je vorst Michaël.
 
De engel Gabriël, die een boodschap voor Daniël heeft, wordt tegengehouden door de vorst van Perzië, deze vorst is zo sterk dat Gabriël hem niet direct kan verslaan. Pas nadat Michaël, die in Daniël 12:1 genoemd wordt als de vorst die Israël ter zijde staat, Gabriël te hulp komt wordt de vorst van Perzië verslagen. Gabriël vertelt dat hij opnieuw strijd zal moeten leveren tegen de vorst van Perzië, en daarna tegen de vorst van Griekenland. Het zijn juist deze wereldrijken, Perzië en Griekenland, die een grote invloed hebben gehad op Israël en het heilsplan van God. In Daniël worden de geestelijke machten achter deze volken geïdentificeerd.
In Deuteronomium 32 lezen we over de verdeling van de volken over de aarde. God bepaalde het aantal volken naar het aantal zonen van God. ‘Zonen van God’ zijn engelen.
 
Deuteronomium 32 8 Toen de Allerhoogste land toewees aan elk volk
en de mensen ieder hun deel gaf,
bepaalde hij de grenzen voor alle volken
naar het aantal van de zonen van God
 
In onze vertalingen wordt gesproken over ‘nazaten van Israël’ ipv. ‘zonen van God’. Dit is gekozen op basis van incomplete handschriften. De Septuaginta en een handschrift gevonden bij Qumran (de zgn. Dode zeerollen) lezen ‘zonen van God’. Vanuit de context past dit ook beter, want waarom zou God de volken verdelen op basis van het aantal nazaten van Israël? Dan is er sprake van miljoenen volken, of als er van de eerste nazaten van Israël (Jacob) wordt gesproken, juist een klein aantal (12). 


Opvallend is dus dat ook hier blijkt dat de engelen, de machten, te maken hebben met de volken. Achter volken zitten machten. Het zijn deze machten, die als ze zich soms in dienst stellen van Satan, hele volken bewegen om op te trekken tegen Israël.
In Openbaring 17 wordt opnieuw over koningen gesproken die samen met de Antichrist regeren.

Openbaring 17 9 Hier komt het aan op wijsheid en inzicht.
‘De zeven koppen zijn zeven heuvels waarop de vrouw zit, en het zijn zeven koningen. 10 Vijf van hen zijn omgekomen, één is er nu, en de laatste moet nog komen en zal dan maar kort blijven. 11 Het beest dat was, en niet is, is zelf de achtste koning, al is het een van de zeven, en het zal vernietigd worden.
 
Hier wordt gesproken over zeven koningen, vijf zijn er geweest (Egypte, Assyrië, Babylonië, Medo-Perzië en Griekenland, als we Openbaring vergelijken met Daniël). Eén is er nu (Rome), en één moet er nog komen (een post Romeins rijk). Vervolgens zal de Antichrist de achtste koning zelf zijn. Maar, deze achtste koning wordt opnieuw geidentificeerd met de zeven voorgaande koningen (vers 11b).
 
In zijn strijd tegen God en zijn plan en zijn volk gebruikt Satan de volken. De koning van Egypte probeerde het volk uit te roeien door alle zonen van de Israëlieten te doden en in de Nijl te werpen. De Assyriërs waren zelfs succesvol in het verloren laten gaan van de tien stammen! De Babyloniërs probeerde de 2 stammen te laten assymileren in Babylon en vernietigden de tempel en Jeruzalem. De Grieken na Alexander de Grote ontheiligde de tempel, de Romeinen vernietigden de tempel en Jeruzalem en vermoorde twee miljoen Joden en verstrooide de overigen over de aarde. In onze tijd was het Hitler-Duitsland dat de ultieme poging deed tot de uitroeiing van alle Joden, met als gevolg de dood van 6 miljoen Joden.
In dit (duistere) licht moeten we het ‘verleiden van de volken tot de strijd’ denk ik lezen, in Openbaring 20. En het is precies dat wat Satan probeert direct nadat hij is losgelaten! Hij verzamelt de volken, nu niet een, maar alle volken, en trekt ten strijde tegen de Heilige Stad (opnieuw Jeruzalem!) en de heiligen.
 
6.1 De zevende koning?
De vraag die opkomt bij het lezen van het bovenstaande is hoe Hitler-Duitsland en het nazisme past in het bovenstaande plaatje? Is Hitler, of de geestelijke macht achter het nazisme, de zevende koning, waar Openbaring 17 over leest?
 
Openbaring 17 10b de laatste moet nog komen en zal dan maar kort blijven.
 
Het is bijzonder moeilijk en gevaarlijk om profetieën zo direct toe te passen op gebeurtenissen uit onze eigen tijd. Door de eeuwen heen hebben velen geprobeerd om de Bijbelse profetieën direct uit te leggen in hun eigen tijd, om vervolgens conclusies te trekken over de op hande zijnde komst van Christus, en daar zelfs jaartellen bij te noemen. (In 99 van de 100 van dat soort verklaringen lag er 'hogere rekenkundige' ten grondslag aan de uitleg. Getallen uit de Bijbel werden opgeteld of van elkaar afgetrokken, om zo bij het juiste (meestal huidige) jaar te komen.) Profetieën concreet maken is daarom iets dat alleen in alle bescheidenheid gedaan kan worden.
 
Als het om het derde rijk van Hitler gaat denk ik dat we kunnen stellen dat er tot op heden geen macht geweest is die in de na-Bijbelse tijd zo’n grote aanslag heeft gepleegd op de Joden als zij. Nooit eerder was de Jodenvervolging zo groot en omvattend en werden zoveel Joden vermoord als tijdens de Holocaust. Ook had het optreden ironisch genoeg een direct gevolg voor het verder tot standkomen van Gods heilsplan. De staat Israël werd in 1948 opgericht, en deze oprichting kan gezien worden als een reactie op de Holocaust, het 3e rijk van Hitler. Daar waar zowel Egypte, Assyrië, Babylonië, Medo-Perzië, Griekenland en Rome door God werden ingezet in zijn plan (buiten hun wil en weten om) werd ook Hitler-Duitsland daarvoor ingezet. Door Egypte heen gaf God zijn wet aan Israël, en het beeld van de gevangenneming onder de zonde. De Babyloniërs en de Assyriërs werden door God gebruikt om zijn straf uit te voeren. De Medo-Perziërs werden gebruikt om Jeruzalem en de tempel te herbouwen en de Joden terug te laten keren naar Israël. De infrastructuur van de Grieken werd gebruikt voor de zendingsreizen in het nieuwe testament en de taal van de Grieken om het evangelie te verspreiden. Onder de Romeinen werd Jezus Christus gekruisigd. Straks zal God de achtste koning, de Antichrist, gebruiken om het heilsplan te volbrengen, door de overwinning op hem te halen bij zijn wederkomst! Binnen dit plaatje past Hitler-Duitsland, de koning die ten tijde van Johannes nog moest komen, en die dan maar kort zal blijven (Openbaring 17:10). De zes jaren van de Holocaust zijn kort vergeleken bij de lange regeerperioden van de overige zes koningen.
 
Ondanks deze treffende overeenkomsten met de andere koningen en de voor de hand liggende overeenkomst met de profetie moeten we desondanks voorzichtig zijn met het betitelen van Hitler-Duitsland als de zevende koning. Deze toepassing kan slechts in bescheidenheid gemaakt worden.
 
De vraag die dan volgt is, hoe past Hitler-Duitsland binnen de gebondenheid van Satan? Dat is voor mij een vraag waar ik geen uiteindelijk antwoord op durf te geven. Misschien betekent het dat het Duizendjarig Rijk voorbij is en Satan een eerste poging heeft gewaagd om Gods volk te vernietigen. Misschien is Hitler-Duitsland juist mislukt in haar doel (de vernietiging van alle Joden en de vestiging van het menselijke duizendjarig vrederijk, het rijk waar niet God, maar de mens vrede en gerechtigheid brengt op aarde) omdat Satan nog gebonden was. Ik durf het niet te zeggen.
Maar dat God in onze tijd profetieën uit laat komen moet ons waakzaam laten zijn.
 


6.2 De weerhouder
In de 2e brief van Paulus aan de gemeente van Tessalonica schrijft Paulus over ‘de wetteloze mens’ die nog moet verschijnen. Deze ‘wetteloze mens’ is dezelfde als de Antichrist (in de brieven van Johannes) en Het Beest (in Openbaring). Paulus noemt deze mens als iemand die moet komen voor Jezus terug zal komen.
 
2 Tessalonicenzen 2 3 Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier. De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan. 4 Hij zal alles wat goddelijk en heilig is bestrijden en zich erboven verheffen, om in Gods tempel plaats te nemen op de troon en zich voor te doen als God zelf. 5 Herinnert u zich niet dat ik u dit herhaalde malen heb gezegd toen ik bij u was? 6 Dan weet u ook wat hem nog tegenhoudt en dat hij pas zal verschijnen op de voor hem vastgestelde tijd. 7 Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen. 8 Pas dan verschijnt hij – en dan zal de Heer Jezus hem doden met de adem van zijn mond en vernietigen door de aanblik van zijn komst. 9 De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen.
 
Er zijn een aantal dingen die opvallen in de bovenstaande tekst. Allereerst valt het op dat de Antichrist er nog niet is omdat iets of iemand hem tegenhoudt (vers 6a). Dat is niet omdat de Antichrist zich nog niet wil openbaren, maar omdat Gods tijd voor hem nog niet gekomen is (vers 6b). De Antichrist is het werk van Satan (vers 9) en wordt verslagen door Jezus (vers 8, Openbaring 19). Wat of wie is deze ‘weerhouder’ of ‘tegenhouder’ van de Antichrist? Uit dit tekstgedeelte of de context kunnen we dit niet opmaken. Paulus refereert aan de kennis van de Tessalonicenzen (‘Dan weet u ook wat hem nog tegenhoudt...’).
 
Er zijn veel meningen over de ‘weerhouder’, zo wordt hij door velen gezien als de Heilige Geest, die na de veronderstelde opname van de gemeente niet meer op aarde zou zijn (omdat hij leeft in de harten van de gelovigen). Nog afgezien van de naar mijn mening onjuiste theologie van de opname, lijkt mij deze oplossing niet juist. Allereerst omdat de Heilige Geest wel uitgestort is in de harten van de gelovigen maar niet gebonden is aan de gelovigen. De Geest ‘zweefde al boven de wateren’ voor er enig mens geschapen was. Ook zou de Geest toch moeten wonen in de harten van hen die na de veronderstelde opname tot geloof komen. Als laatste wordt de Heilige Geest nergens in verband gebracht met de weerhouder van de Antichrist of de bestrijder van Satan.
Ook de apostelen worden genoemd als weerhouder. Hun optreden op aarde en hun weerstand tegen de dwaalleren zou de Antichrist tegen hebben gehouden. Dat zou betekenen dat de Antichrist sinds hun dood aan het einde van de 1e eeuw op aarde is. Er is niets dat mijns inziens wijst op een aanwijsbare vervulling van de profetieën van de Antichrist op aarde, behalve wellicht de periode van Nero en de val van Jeruzalem (68-70 nChr.), maar toen waren de Apostelen nog wel op aarde. De derde mogelijkheid die wordt genoemd is Michaël, de aartsengel. Dit is volgens mij de geschikte kandidaat. Als eerste omdat Michaël een Bijbelse geschiedenis heeft als de directe tegenstander van Satan. Het is Michaël die Satan uit de hemel werpt (Openbaring 12), het is Michaël die Satan verslaat als zij strijden om het lichaam van Mozes:
 
Judas 9 Zelfs de aartsengel Michaël waagde het niet de duivel te beschuldigen en te veroordelen toen hij met hem twistte over het lichaam van Mozes. Hij zei alleen: ‘Moge de Heer u straffen.’
 
Het is bijzonder dat het Michaël is die zich met Satan bezig houdt, totdat Satan uiteindelijk wordt verslagen door God zelf. Ik denk dat het daarom ook aannemelijk is dat ook de engel van Openbaring 20:1 Michaël is, die Satan bindt en opsluit in de bodemloze put. Kortom, in de Bijbel is het Michaël, of ten minste een engel (Op20) die Satan tegenhoudt of tegenstreeft. Het is de bodemloze put die voorkomt dat Satan het Armageddon kan uitvoeren. De Antichrist, waar Paulus over spreekt, manifesteert zich pas nadat de weerhouder is weggenomen. Als de bodemloze put (of de onderaardse diepte) open gaat komt de Antichrist daar uit! (Op11)
 
Openbaring 11 7 Wanneer zij hun getuigenis hebben afgelegd, zal het beest dat uit de onderaardse diepte opstijgt de strijd met hen aanbinden, hen overwinnen en hen doden.
 
Ik denk dat de conclusie gerechtvaardigd is dat Michaël en de binding van Satan (door Michaël) de komst van de Antichrist tegenhouden. Satan wordt niet weerhouden na de vernietiging van de Antichrist met de wederkomst van Christus (zoals Millenialisten geloven), het is juist de komst van de Antichrist die vooraf gaat aan de wederkomst van Christus die tegengehouden wordt door de weerhouder. De komst van de Antichrist, de achtste koning van Openbaring 17, die de volken zal verleiden tot de strijd tegen de heiligen, wordt tegen gehouden, en zodra de weerhouder zal verdwijnen zal de vervolging en de eindstrijd uitbreken.
 
6.3 Conclusie
Dat Satan de volken niet meer kan verleiden tijdens zijn gebondenheid betekent niet dat het vrederijk op aarde gevonden kan worden. Wij kunnen dus niet zeggen: “Het Duizendjarig Rijk kan nog niet bij ons zijn want er is nog zoveel ellende! Hoe kan Satan gevangen zijn, hij gaat rond als een briesende leeuw!”. De ellende en de zonde die we zien zijn een direct gevolg van de zonde van de mens en de gevallenheid van de schepping. En Satan gaat inderdaad rond als een briesende leeuw, niet om de volken te verleiden, maar om personen op te zetten tegen God en weg te houden bij het Evangelie vandaan. Maar zodra de weerhouder wordt weggenomen zal Satan opstaan uit de bodemloze put, hij zal de Antichrist van hem uit laten gaan (uit de bodemloze put), die de volken zal misleiden tot de strijd. Nu verleidt Satan individuen, straks zal Satan de volken verleiden. Dat laatste kan hij nu niet, omdat hij gebonden is. (Openbaring 20)

Lees verder.....

 
1. Inleiding
2. Verklaringen
3. Verleiding
4. Profetieën