1. Inleiding
2. Verklaringen
3. Verleiding
4. Profetieën
 
7. De profetieën van het Oude Testament
Millenialisten baseren hun leer van het komende, aardse, Duizendjarig Rijk, niet alleen op Openbaring 20. Zij vinden ook in de profetieën van het Oude Testament veel aanwezingen voor het komende Vrederijk op aarde. Ik wil nu ingaan op deze profetieën.
 
Veel van deze profetieën zijn niet eenvoudig uit te leggen of in bepaalde plaatjes te passen. Dat is ook de aard van een profetie. De profetieën in de Bijbel zijn geen puzzlestukjes die moeiteloos in elkaar gepast kunnen worden en dan een totaal sluitend geheel vormen. In de profetieën lopen letterlijke voorzeggingen, geestelijke voorstellingen en symboliek in elkaar over. Het beste voorbeeld hiervan is wellicht de volgende profetie uit Openbaring 22:
 
Openbaring 22 2 In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing.
 
Het staat buiten elke discussie dat dit gedeelte over de nieuwe aarde, de eeuwigheid, gaat (Deze profetie begint (H21) met: "Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde"). Toch wordt er gesproken over bladeren van de levensbomen die genezing brengen aan de volken. De vraag is waarom de volken deze bladeren nodig hebben op de nieuwe aarde? Ze zijn toch al genezen, en niet door bladeren van een boom maar door Jezus Christus. De uitleg ligt voor de hand, dit visioen moet gedeeltelijk symbolisch worden uitgelegd. Op de nieuwe aarde is er geen pijn en geen verwonding, er is leven! Omdat deze profetie zo duidelijk in de context van de profetie van de nieuwe aarde staat is daar geen discussie over. Zou deze profetie elders hebben gestaan in de Bijbel, in een context die niet direct op de nieuwe aarde wijst, dan zou de aanwezigheid van ‘bladeren voor genezing’ de speculatie hebben opgeroepen dat het hier over het Duizendjarig Rijk op de oude aarde gaat. En dat is nu precies wat er gebeurt met Ezechiël 47, waar deze zelfde profetie niet direct in verband wordt gebracht met de nieuwe aarde:

 
Ezechiël 47:
 
Ezechiël 47 12 Aan de oevers van de rivier zullen allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan de bladeren niet zullen verwelken en de vruchten niet zullen opraken; elke maand zullen ze vrucht dragen. Het water stroomt immers uit het heiligdom. De vruchten zullen eetbaar zijn en de bladeren geneeskrachtig.’
 
De bovenstaande tekst wordt vaak door Millenialisten aangehaald als een profetie over het komende Duizendjarig Rijk. Juist ook omdat er wordt gesproken over geneeskrachtige bladeren. Er is geen genezing nodig op de nieuwe aarde, zo redeneren zij, dus moet deze profetie wel over het Duizendjarig Rijk gaan. Maar de vergelijking van deze profetie met het zojuist geciteerde Openbaring 22 maakt duidelijk dat het hier weldegelijk over de nieuwe aarde gaat. De profetieën zijn vrijwel identiek. Alleen staat ze in Openbaring 22 duidelijk in de context van de nieuwe aarde, terwijl ze in Ezechiël 47 niet direct in deze context staat. We moeten bij het lezen van de profetie dus allereerst Schrift met Schrift vergelijken, oftewel, kijken of de profetie elders wel in een duidelijke context gevonden kan worden. Als dit niet mogelijk is dan kunnen we nog steeds geen vergaande conclusies trekken uit symboliek die op het eerste gezicht niet binnen een bepaalde context valt voor ons, zoals geneeskrachtige bladeren op de nieuwe aarde.
 
Neem bijvoorbeeld Zacharia 14
 
Zacharia 14 8 Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem zuiver water ontspringen: de ene helft zal in het oosten in zee uitmonden en de andere helft in het westen, zowel in de zomer als in de winter. 9 En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam.
 
Opnieuw een profetie die door Millenialisten vaak in de context van het Duizendjarig Rijk geplaatst wordt. Hier wordt gesproken over een rivier die ontspringt in Jeruzalem. (In Openbaring 22 ontspringt deze rivier vanuit Gods troon, die staat in Jeruzalem). De context van dit gedeelte is vrijwel identiek aan Openbaring 20-22. Zo begint de profetie met de laatste slag:
 
Zacharia 14 1 Er komt een dag dat de HEER zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld. 2 Ik zal alle volken samenbrengen – zegt de HEER – om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid. 3 Daarna zal de HEER uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer.
 
De volken worden samen gebracht tegen Jeruzalem, net als in Openbaring 20:9. Maar God brengt redding. Als we deze profetie los lezen dan lijkt zij, na de overwinning van God, te duiden op een aards Duizendjarig Rijk. Als we haar vergelijken met Openbaring 21/22 dan valt op dat het toch over de nieuwe aarde gaat. En dat we de passage voor een groot deel symbolisch moeten opvatten, bijvoorbeeld:
 
Zacharia 14 16 De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren. 17 En is er op aarde een volk dat niet naar Jeruzalem komt om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren, dan zal er in dat land geen regen vallen.
 
Op het eerste gezicht lijkt het bovenstaande niet op toepassing te kunnen zijn op de nieuwe aarde. Geen regen vallen? Volken die gestraft worden? Maar in de context van de overwinning van God, die overeen komt met Openbaring 20, en de beschrijving van Jeruzalem met haar rivier met Openbaring 22, moeten we concluderen dat de verzen 16 en volgend symbolisch opgevat moeten worden. Net zoals er geen genezing nodig is in Openbaring 22 / Ezechiël 47, zijn de bladeren van genezing daar. Zo is ook de aanwezigheid van koningen die God geen eer willen geven hypotetisch. Al het goede komt direct van God, ook de regen op het land.


In dit verband is ook Jesaja 65 interessant.
 
Jesaja 65 20 Geen zuigeling zal daar meer zijn
die slechts enkele dagen leeft,
geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit;
want een kind zal pas sterven als honderdjarige,
en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.
 
Op het eerste gezicht opnieuw zo’n profetie die niet binnen de context van de nieuwe aarde lijkt te passen. Want daar zullen mensen niet meer sterven, terwijl hier gesproken wordt over kinderen die sterven en over vervloeking van mensen die geen honderd worden. Maar als we dit gedeelte lezen in de context, dan lezen we:
 
Jesaja 65 17 Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,
het komt niemand ooit nog voor de geest.
18 Er zal alleen maar blijdschap zijn
en groot gejuich om wat ik schep.
Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad
en schenk haar bevolking vreugde.
19 Dan zal ik over Jeruzalem jubelen
en mij verblijden over mijn volk.
Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.
20 Geen zuigeling zal daar meer zijn
die slechts enkele dagen leeft,
geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit;
want een kind zal pas sterven als honderdjarige,
en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.
 
Nu blijkt duidelijk, uit vers 17, dat het hier toch over de nieuwe aarde gaat! Het kind dat sterft en de vervloekte die geen 100 wordt zijn duidelijk symbolisch, hypotetisch. Hoe moeilijk dit ook past binnen ons beeld van de nieuwe aarde, Jesaja spreekt hier wel over de nieuwe aarde, dat blijkt uit vers 17.
 
Verderop in deze profetie over de nieuwe aarde staat:
 
Jesaja 65 25 Wolf en lam zullen samen weiden,
een leeuw en een rund eten beide stro
en een slang zal zich voeden met stof.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil
op heel mijn heilige berg – zegt de HEER.
 
Deze profetie lijkt zeer sterk op Jesaja 11:
 
Jesaja 11 6 Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam,
een panter vlijt zich bij een bokje neer;
kalf en leeuw zullen samen weiden
en een kleine jongen zal ze hoeden.
7 Een koe en een beer grazen samen,
hun jongen liggen bijeen;
een leeuw en een rund eten beide stro.
8 Bij het hol van een adder speelt een zuigeling,
een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
9 Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil
op heel mijn heilige berg.
Want kennis van de HEER vervult de aarde,
zoals het water de bodem van de zee bedekt.
 
Hier blijkt niet zo duidelijk uit de context dat het over de nieuwe aarde gaat. De nieuwe aarde wordt niet genoemd. Maar als we Jesaja 11 vergelijken met Jesaja 65 dan zien we dat dezelfde dingen worden gezegd, en in Jesaja 65 wordt duidelijk gezegd dat deze profetie gaat over de nieuwe aarde (vers 17). Schrift met Schrift vergelijken leert ons dus meer over de profetie. Toch wordt Jesaja 11 vaak door Millenialisten uitgelegd binnen de context van het Duizendjarig Rijk. Dat is volgens mij een smalle visie op een losse profetie. Al de hierboven besproken profetieën bevatten moeilijkheden. Ze passen niet allemaal sluitend in een puzzle. De symboliek maakt het moeilijk om alles te begrijpen. Toch blijkt bij een diepere studie dat het toch een studie betreft van de nieuwe aarde.
 
Meer profetieën over de nieuwe aarde die vaak uitgelegd worden als Millenialistische profetieën:
 
Psalm 22 28 Overal, tot aan de einden der aarde,
zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden.
Voor u zullen zich buigen
alle stammen en volken.
29 Want het koningschap is aan de HEER,
hij heerst over de volken.
 
Vergelijk deze psalm met Openbaring 21:
 
Openbaring 21 24 De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof. 25 De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn. 26 De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen.
 
Volken zullen zich buigen voor de Heere!
 
Psalm 46 5 Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God,
de heilige woning van de Allerhoogste.
6 Met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp.
7 Volken roeren zich, rijken storten ineen,
zijn donderstem klinkt – de aarde siddert.
(...)
9 Kom en zie wat de HEER heeft gedaan,
verbijsterend is wat hij op aarde verricht:
10 wereldwijd bant hij oorlogen uit,
bogen breekt hij, lansen verbrijzelt hij,
wagens verbrandt hij in het vuur.
11 ‘Staak de strijd, en erken dat ik God ben,
verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’
 
Ook hier lezen we over de aanwezigheid van God in Jeruzalem en een (vertakte) rivier die uit haar stroomt. Een duidelijke overeenkomst met de profetie van Openbaring 22.
 
Jesaja 2 2 Eens zal de dag komen dat de berg
met de tempel van de HEER rotsvast zal staan,
verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen.
Alle volken zullen daar samenstromen,
3 machtige naties zullen zeggen:
‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,
en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht,
vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.
 
Ook hier zien we dat God in Jeruzalem zetelt en de volken optrekken naar Jeruzalem om God te ontmoeten.
De uitleg van de profetieën is niet eenvoudig. Het lijkt me niet verstandig om op basis van deze profetieën te spreken over een komend aards Vrederijk. Sterker nog, na de profetieën waar de context onduidelijk is vergeleken te hebben met profetieën waarvan de context duidelijk de nieuwe aarde betreft, ontdekken we dat zij allen de nieuwe aarde betreffen. De Joden verwachtte een vredevorst die na aanleiding van de genoemde profetieën deze aarde zou regeren. De Millenialisten van nu staan in de lijn van de Joodse uitleg van de profetieën. Maar Jezus zegt, deze profetieën kennende, dat zijn Koninkrijk niet van deze wereld is. De Joden wisten dat Jezus zichzelf als de Messias zag en gebruikte de Messiaanse profetieën om hem aan te klagen bij de Romeinen. Ze probeerde de Romeinen aan te sporen hem te doden door hen te wijzen op Jezus claim op het koningschap. Jezus reactie toont aan dat hij het koningschap inderdaad claimt, maar dat het geen koninkrijg op deze aarde is. Met die woorden plaatst Jezus alle Messiaanse Vrederijk profetieën op de nieuwe aarde.
 
Johannes 18 36 Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld.
 
8. Het Duizendjarig Rijk en de Zeventig 'Jaarweken'
Eén van de sleutelprofetieën als het gaat over de laatste dingen en Gods heilsplan is Daniël 9, het stuk dat bekend staat als de zeventig 'jaarweken'.
 
Daniël 9 24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. 25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. 26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld. 27 Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.’

Er is veel geschreven over deze profetie. De vertalingen en uitleggingen lopen uiteen. Ik wil daar niet al te veel op ingaan. Kort samengevat vertelt deze profetie ons over de toekomst van het volk Israël tot het einde, en daarmee dus ook onze toekomst. De weken in deze profetie worden uitgelegd als jaarweken (perioden van zeven jaar) of gewoon als perioden zonder specifieke duur. Een totaal van 70 zevens wordt voorgesteld die nodig is om een einde te maken aan de overtreding, de zonden af te sluiten, het wangedrag te vergelden, het profetisch visioen te bezegelen en het allerheiligste te wijden. Het is duidelijk dat na de zeventig zevens Gods Heilsplan volledig vervuld moet zijn. Deze periode van zeventig zevens is als volgt opgedeeld:


7 zevens:25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken

62 zevens:en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn.

Na de 62 zevens:26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld.

De laatste (70e) zeven:27 Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.’

De eerste zeven zevens zijn vervuld door de herbouw van Jeruzalem door Nehemia. Koning Artaxerxes of priester Ezra (beiden gezalfde) vervullen de profetie over de gezalfde vorst die verschijnt. Daarna zijn de 62 zevens vervuld in de periode van 62x7 jaar die daarop volgde, waarin de Joden verdrukt zijn en oorlog hebben gekend, maar Jeruzalem en de tempel overeind zijn gebleven.
Na de 69 (7+62) zevens wordt Jezus Christus, de gezalfde van God, gedood. De reden die hiervoor gegeven verschilt van vertaling tot vertaling. De Statenvertaling schrijft: “En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn”, De NBG51 vertaalt: “En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is”, de Wilibrord vertaling schrijft: “na die tweeënzestig weken zal een gezalfde gedood worden zonder dat iemand hem opvolgt.” Deze drie vertalingen wijken weer af van de vertaling die de NBV geeft, zoals hierboven afgedrukt. Misschien is het een combinatie van al deze vertalingen. In ieder geval kan elke vertaling worden toegepast op Jezus.
 
De uitleggers die de zevens letterlijk als jaarweken nemen komen na verschillende berekeningen van de 490 jaren vanaf Nehemia gerekend precies bij Jezus uit. Een wonderlijke vervulling van de profetie! Anderen die de zevens liever als perioden zien erkennen ook dat ze vervuld wordt door Jezus. Ook Jezus zelf zag zichzelf als de vervuller van de profetie van Daniël, in Mattheüs 23 en 24 spreekt hij met zijn discipelen over deze profetie. Hij voorziet de verwoesting van Jeruzalem en de tempel en noemt de profeet Daniël in dat verband. Jezus heft een klaagzang aan op Jeruzalem en verbindt zijn komende afwezigheid voor de Joden aan het feit dat de Joden hem niet hebben geaccepteerd. Het gevolg van de afwezigheid van Jezus is de vernietiting van Jeruzalem en de (spiritueel lege) tempel en de verstrooiing van de Joden. De Joden hadden Jezus moeten heiligen en eren als de allerhoogste, maar ze verstootte hem!
 
Daniël 9 24 Voor uw volk en voor uw heilige stad is een duur van zeventig weken
vastgesteld om aan de misdaad en de zonde een eind te maken,
om de ongerechtigheid uit te boeten, om eeuwige gerechtigheid te brengen, de openbaringen van de profeten te benadrukken en het hoogheilige te zalven.
  
Mattheüs 23 37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild. 38 Jullie stad wordt eenzaam aan haar lot overgelaten. 39 Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’ Mattheüs 24 1 Nadat Jezus de tempel had verlaten, wendden zijn leerlingen zich onderweg tot hem en vestigden zijn aandacht op de tempelgebouwen. 2 Hij zei tegen hen: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’
 
Na de dood van de gezalfde vorst, de Messias, zal de stad en het heiligdom worden verwoest, zegt Daniël. We zien deze profetie vervuld in 70 nChr. als de Romeinen Jeruzalem en de tempel verwoestsen. En in 135 na Christus nogmaals, en dan volledig en grondig. Geen steen staat er meer op de andere steen van de tempel, nadat het gouden dak gesmolten is en de romeinen de stenen van elkaar haalden om het gesmolten goud er tussen weg te halen.
 
En dan is er nog de zeventigste, de laatste zeven. Deze zeven staat beschreven in het boek Openbaring. Daniël splitst deze zeven in twee perioden. Of de helft van deze periode al vervuld is of nog moet komen is mij niet geheel duidelijk. Maar de tweede helft moet in ieder geval nog plaatsvinden. Johannes spreekt in Openbaring over ‘een tijd, twee tijden en een halve tijd’ (een jaar, twee jaren en een half jaar), 42 maanden (drie en een half jaar) en 1260 dagen (drie en een half jaar).
 
Het is bijzonder om te lezen dat na deze zeventig weken afgedaan is met al het onrecht, alle zonden, en dat alles dan vergolden is! Er is geen plaats voor een Duizendjarig Rijk waarop een laatste slag volgt voor het oordeel valt, in deze profetie.
Het tweede dat opvalt is dat het duidelijk is dat de 69 weken voorbij gegaan zijn, en de zeventigste zeven nog niet gekomen is. Zou het niet voor de hand liggen dat de zeventigste week in zijn geheel op de negenenzestigste zou volgen?
 
Het antwoord hierop kunnen we mijns inziens vinden in het Joodse falen om het Hoogheilige (Jezus Christus) te zalven. Het gemis van de continuering van de zeventigste jaarweek ligt hierin. De profetie wordt stopgezet, de klok worst stilgezet. Er breekt een periode aan waarin de voortgang van Gods Heilsplan stil ligt. Tot de Joden zullen zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heere!” (Mat 23:39b) zullen zij Jezus Christus niet zien. Deze periode tussen de 69e en 70e zeven is volgens mij het Duizendjarig Rijk. De zeventigste zeven (of de 2e helft daarvan), de zeven van het einde, zal vervuld worden als de tijd daar rijp voor is. Daarom wordt Satan gebonden. Hij werd na de 69e zevens uit de hemel geworpen maar mag pas de volken verleiden tot de strijd als het tijd is voor de zeventigste zeven. Tot dan ligt hij aan de ketting. En waar God zijn volk tijdelijk verlaten heeft is het heil naar de heidenen gegaan. Het evangelie wordt verkondigd aan de volken. De volken die niet verleid kunnen worden door Satan vallen onder het evangelie. Miljarden bekeren zich tot het geloof in Jezus Christus. Na dit millenium zal Satan ontbonden worden, de strijd leveren en verslagen worden. En direct daarna zal God gerechtigheid brengen. De zonden afsluiten, het onrecht beeindigen, en de Joden zullen, samen met de christenen uit de volken, hem  eren die het hoogst heilige is, Jezus Christus!


9. Conclusie
De profetie van het Duizendjarig Rijk wordt letterlijk vervuld. Er is een periode in het heilsplan van God waarin Satan gebonden is en zijn (verdervings) plan niet kan uitvoeren. In deze periode wordt het Evangelie over de volkeren van de wereld verspreid, groeit de kerk, maar staat de klok stil voor Israël. Tot Satan wordt losgelaten uit zijn gevangenschap. Dan zal hij direct beginnen zijn verdervingsplan uit te voeren, want hij weet dat hij weinig tijd heeft. Door middel van de Antichrist (het Beest) en de leugenprofeet zal hij zich op aarde manifesteren, en de volkeren van de aarde verzamelen tegen de gelovigen. Dan zal Jezus Christus komen, en voor eeuwig afrekenen met hem, en breekt zijn altijddurende koninkrijk aan, op de door God vernieuwde aarde. Een koningsschap dat geen einde zal hebben.


1. Inleiding
2. Verklaringen
3. Verleiding
4. Profetieën